IMPERIA, vergeten glorie

Naar aanleiding van een documentaire  zie https://www.youtube.com/watch?v=nErMJsto37s -en ik denk voor de meeste- onbekende automerk Imperia zullen wij jullie eerst even meenemen in de tijd om het merk te leren kennen. Het automerk is zo onbekend voor velen omdat de productie al enige tijd is gestopt. Om precies te zijn zo’n 52 jaar, maar Green Propulsion brengt daar verandering in en zal de eerste nieuwe Imperia wagens dit jaar gaan verkopen.

Het verleden (1906-1958)

De geschiedenis van Imperia is er eentje met ups en downs. Ze verhuisden, smolten samen met een ander automerk, scheurden zich terug af, …

Toen Adrien G. PIEDBOEUF in 1904 Aken (D) verliet, waar hij samen met Hans ASCHOFF een agentschap voor de auto's van METALLURGIQUE runde, vestigde hij zijn werkplaatsen aan de Rue de la Fragnée 63 te Luik, waar hij onder eigen naam motorfietsen bouwde.
Hij begon ook met het bouwen van auto's, onder de naam IMPERIA. Als embleem koos hij een kroon. Deze kroon en de merknaam verwezen enerzijds naar de stad Aken en anderzijds naar het rijk van Karel de Grote. 


 
Al een jaar later vonden ze de locatie niet meer geschikt en verhuisden ze naar Nessonvaux. Hier was het merk Pieper, gespecialiseerd in hybride wagens, gevestigd maar helaas moest het bedrijf stoppen vanwege het overlijden van M. Pieper. Imperia zag hier een kans en greep ze.

De overname van de werkhuizen van PIEPER, Rue Gomélevay in Nessonvaux omstreeks 1905 bood hem de mogelijkheid om vanaf 1906, met de hulp van de Duitse ingenieur Paul HENZE, de ontwikkeling en de fabricage van de IMPERIA auto's echt op te starten.
In de nieuwe fabriek startte Imperia met het ontwikkelen en produceren van een nieuwe motorblok, eigenlijk een monobloc met 12 pk.
In die periode fusioneerde Imperia met een ander Belgisch automerk, Springuel. Springuel produceerde wagens tot 1912 en maakte hierbij gebruik van het monobloc van Imperia. Deze samenwerking leidde tot een overwinning in het Belgisch Grand Prix in 1913.
In 1916 rolde de eerste Imperia-Abadals (samenwerkingsakkoord met de firma Abadals) van de band met een 5.6-liter 8 in lijn.Dit motorblok werd echter al snel vervangen door de 3-liter 8 in lijn die ervoor zorgde dat deze wagen een topsnelheid van 140 km/u wist te halen. Deze wagen was één van de eerste wagens met een openschuivend dak.

Na de oorlog werd de fabriek helaas leeggeroofd maar gelukkig was er toen Mathieu van Roggen. Hij heeft de fabriek overgenomen en ervoor gezorgd dat ze weer opgestart werd.
Hij heeft het zich achteraf vast niet beklaagd want de firma ging zijn gouden jaren te gemoed. Mathieu van Roggen had al een autobedrijf namelijk Teixeira. dat voornamelijk sportievere wagens bouwde en die werden nu ook in de Imperiafabriek gemaakt.
In 1923 kwam de eerste sportieve wagen met een 1.1-liter 4-cilinder.
Vier jaar later kwam Imperia al weer met een nieuw model. Deze had een 1.6-liter 6-cilinder. Mathieu van Roggen zag het heel groot daarom had hij in de loop der jaren ook Métallurgique, Excelsior en Nagant overgenomen.
In 1929 werd de testbaan aangelegd op het dak en rond de fabriek. Daar konden ze dan de nieuwe auto’s gaan testen en controleren op fouten. 


 In 1932 werd “La Société Novelle des automobiles Imperia gesticht en werd er gestart met nieuwe modellen die telkens een vogelnaam kregen : Albatros, Mouette, Hirondelle, Mésange, Alouette.
Toen ze in 1934 Minerva overnamen had Mathieu van Roggen vooral het doel om meer luxewagens te produceren. Ze verkregen een licentie om Adler’s te bouwen en ze deden dan niets anders dan voorwiel aangedreven wagens maken, voornamelijk het koetswerk
En dan was er opnieuw een oorlog die roet in het eten strooide.
Na 1945 werden nog enkele wagens gemaakt onder het label van IMPERIA. Maar het loonde niet meer en na een contract met een Engelse firma, werd er overgegaan tot het assembleren van merken zoals: Vanguard, Triumph, Alfa Romeo , alsook vrachtwagens en autobussen BUSSING.
Er kwam een mooi bod op Imperia en Mathieu van Rogge heeft het toen verkocht aan enkele zakenmensen uit Verviers.
Na de oorlog heeft het Engelse merk Standard ook een grote fabriek gebouwd in België en dit betekende jammer genoeg het einde voor Imperia in 1958.


Vandaag
In 2011 zet het bedrijf Green Propulsion gelukkig de traditie verder. Dit bedrijf werd opgericht in 2010 en heeft als doelstelling groene wagens te maken. Daarom zal het sportieve karakter van Imperia gecombineerd worden met hybride technologie